Tijdens een masterclass gingen wij een tafelopstelling doen, waar bij wij van tevoren niet wisten waar welk object voor zou staan. Het enige dat wij wisten was dat het betrekking had op je bedrijf en je verlangen.
We moesten daarvoor 5 objecten kiezen en ik koos een flesje schoonmaakolie om hout mee schoon te maken, een kristal met heel veel facet geslepen hoekjes, een flesje sandlewood olie, een klein houten brievenbusje, en een orginate. Allemaal objecten die of op mijn bureau staan of in mijn boekenkast achter mijn bureau. En op het voorwerp moesten we oogjes plakken, zodat duidelijk was naar welke kant het object keek.

We volgende de instructies van de trainster op en tadaaa, de objecten hadden hun plek gekregen in mijn opstelling op mijn bureau. Daarna begon de trainster op te noemen waar welk object voor stond. En bij elke benaming dat zij uitsprak, dacht ik ‘Oeps’.
Uit de opstelling kwam naar voren dat er een oud thema, wellicht voorkomend uit een trauma van mijn moeder, heerst binnen mijn bedrijf en dus ook in mij. Namelijk het oppoetsen van dat wat niet zo mooi lijkt voor de buitenwereld.
Als kind al was het heel normaal bij ons thuis dat zodra wij de deur uitgingen bijvoorbeeld op familie bezoek, dat we ons dan moesten gedragen, het liefst onze ‘zondagse’ kleding moesten dragen en vooral niet te veel herrie maken. Tuurlijk mochten we lekker spelen, maar op afstand van de volwassen. Dus wij zaten vaak lekker in de gang ons ding te doen.

Ook leerden wij hoe belangrijk het is om vooral door te leren. En daar ben ik het zelf ook mee eens. Je bent nooit uitgeleerd. Maar mijn moeder wilde de buitenwereld ook heel duidelijk maken welke diploma’s ze had en hoe hoog de cijfers waren. Maar vertelde er nooit bij of ze er veel voor had moeten doen. En wanneer wij moeite hadden met een bepaald vak, kregen wij te horen dat we maar meer ons best moesten doen en harder moesten leren ipv te kijken of een andere leermethode of een ander vak beter bij ons zou aansluiten.
Resultaat en voorkomen was belangrijker dan de weg ernaar toe en gewoon zijn.
En wat vertelde deze opstelling mij nu? Dat ik dingen aan het oppoetsen was. Mooier voordoen dan dat het is. Wat erg bijzonder is, want ik ben juist van modder, rauw, vieze handen. Daar liggen volgens mij het kristal met al die vele mooie ‘hoekjes’ te vinden (opsomming van wie je bent).

Ik hou ook van letterlijk vies worden; Wanneer ik schilder vind ik het heerlijk wanneer mijn handen (soms tot aan mijn ellenbogen) onder de verf zitten; wanneer ik in de tuin bezig ben, geniet ik van de aarde geur waar mijn handen naar ruiken van het vele wroeten. Ik hou van dansen in de regen en schoppen in de gevallen herfstbladeren. Ik hou van vies worden.
En toch poets en ruim ik alles weer op, zodra ik de deur uitga.
En daar ga ik mee stoppen.
Ik ga het juist toelaten en er gewoon zijn. Zoals ik al zie in de modder liggen de mooiste verrassingen, ontdekkingen, schatten en het echte zijn.
Met name in mijn bedrijf. Wanneer ik niet laat zien met welke struggles, issues en andere zaken ik zit en hoe ik daar mee omga, hoe kan ik dan van mijn klanten verlangen daar eerlijk over te zijn? En ja, ik laat al geregeld dingen zien waar ik tegen aan loop, maar niet de echte dirt, shit, bleh en de mooie lessen die ik eruit haal.



